De kleine Messias van Groot-Venlo
De verlosser, de redder in nood. Eindelijk eens iemand die dit in slaap gesukkelde provinciestadje uit het slop zal trekken en mee zal nemen in de vaart der volkeren. Ze droomden er in Venlo al jaren van. Eindelijk! Eindelijk iemand met visie aan de macht! “De trein gaat vertrekken! We moeten vooruit kijken! Gróót gaan denken!”
Megaprojecten, de één na de ander, doorkruisen de stad. Uiteraard alleen maar met de beste bedoelingen. Honderden miljoenen euro’s waardevermeerdering liggen in het verschiet - over tien, twintig jaar -, als er nù maar geïnvesteerd wordt. Vraag is alleen, wie zal dat straks allemaal ten goede komen? In welke porto komt dat allemaal terecht? De gouden bergen en flaneerboulevards, voorgespiegeld door externe bureautjes en projectontwikkelaars, die allemaal - uiteraard - een dubbele pet op hebben: zij leven er tenslotte van. Enig nadeel voor de stad en zijn burgers is wel dat grote delen van de in de oorlog gespaarde karakteristieke panden en straten zullen moeten verdwijnen. Er is tenslotte bouwgrond nodig om die waardevermeerdering tot stand te kunnen brengen. Oud levert nieuw namelijk véél méér op: qua vierkante meter verhuur, èn latere verkoop. Laten we wel wezen: winst, daar draait het allemaal om. Niet om de leefbaarheid, en ook niet om de sociaal of cultuur historische achtergrond van een buurt. Dat is de enige treurige conclusie die men kan trekken. Het is een verdere schaamteloze uitverkoop van een toch al zwaar getekende stad. Haar hooghartige bestuurders hebben hun hart verpand aan een zielloze competitie met andere steden. Groot, groter, grootst! Je zou van een partij als GroenLinks meer bescheidenheid èn sociaal inzicht mogen verwachten. Maar de manier waarop hun Kulturpaus de laatste paar jaar voor tonnen aan gemeenschapsgeld liet verdwijnen richting zijn vriendjes betrokken bij Q4, liet dit scenario zich natuurlijk wel vermoeden.
Alsof wat er in de Bergstraat gebeurt op zichzelf staat; in de Maasbreesestraat te Blerick is het al in volle gang. Was de moedwillige leegstand en uiteindelijke sloop van het resterende gedeelte van Tivoli al een historische blunder, men gooit er gelijk een nog grotere bovenop: de aanstaande sloop van de zijde richting Pontanusstraat. Twee pandjes liggen er al plat. En ten faveure waarvan? Ja, zegt u het maar! Een parkeergarage! En uitbreiding van het almaar uitdijende imperium van mijnheer Berden. Dan snapt u nu ook waarom het gemeentebestuur Tivoli zo lang heeft laten leegstaan: het paste niet in hun onderling bekokstoofde plannen. Waanzin als je ziet hoeveel winkelruimte er nù al leegstaat in de nog jonge Carleys-passage. Vul dat maar eens eerst op! En laten we het dan nog niet eens hebben over het verse fiasco van de nieuwe Staay. Blinde, bijna dode hoge muren waar je tegenaan mag kijken: sfeerloos, flets. Geen enkele betrokkenheid gaat er vanuit, geen enkele verbeelding.
Verkwanselen is een begrip geworden in het naoorlogse Venlo. Ik ga zelfs zover het te betitelen als cultuur. GroenLinks sluit zich zonder noemenswaardige gewetensbezwaren bij deze traditie aan. Onze Kulturpaus is daar met zijn vriendenclubje zelfs een weergaloze ster in gebleken. Het paradepaardje van GroenLinks - waar men in het begin zo trots op was -, blijkt meer en meer een ordinair, omhoog gevallen tirannetje. Groot denken? Wat betekent dat? Leg het mij eens uit! Kleinzieligheid compenseer je in elk geval niet door in vierkante meters te gaan denken. Zo’n mentaliteit verandert niet door het almaar annexeren van naburige kleinere gemeenschappen met alleen maar het doel meer overheidssteun los te peuteren. De eigen leegheid opvullen, noem ik dat. Wegrennen voor eigen falen. Inhoud, eigen identiteit; daar mankeert het hier aan.
Niet elke verandering is - bij nader inzien en naar later vaak blijkt - ook altijd een verbetering. Een intentie waarom een ontwikkeling in gang wordt gezet, is vaak alles bepalend. Sfeer en karakter bouw je niet zomaar even terug. Dat duurt generaties. Maar zolang onroerend goed zelfs die kans niet krijgt - omdat het meeste tegenwoordig na twintig jaar weer gesloopt word i.v.m. de enorme waardestijging -, mag je ervan uitgaan dat dát in elk geval nooit meer goed zal komen.
Ik zal niet zeggen dat alle ontwikkelingen of invullingen die gaande zijn, ook slecht zijn, zeker niet. Maar alleen al de manier waarop deze tot stand komen en de arrogantie waarmee gecommuniceerd wordt, zegt meer dan genoeg over het morele fiasco van het huidige gemeentebestuur. Wie heeft er nog überhaupt iets te vertellen of in te brengen? De kritiekloze stilte in de gemeenteraad, en dan vooral vanuit de eigen partij, toont aan dat de wethouder zich in elk geval kwijt waarin hij goed is: machtspolitiek. Van een GroenLinks wethouder zou je meer sociale betrokkenheid mogen verwachten, maar ik denk dat zijn veel te groot ego hem - en vooral de stad - danig in de weg zit. Een politicus die zich zo laat gelden zal nooit vrijwillig opstappen, tenzij zijn achterban hem definitief laat vallen. Beter zou zijn hem bij kop en kont de straat op te gooien; door de burgers zelf. Misschien leert men dan eens in de raad meer nederigheid te tonen voor een stad die niet alleen van hun is.
September 2008